Al een tijdje ben ik gefascineerd door de bekende uitspraak van Socrates: ‘Hoe meer je weet, hoe meer je weet dat je niks weet.’ Noem een kwestie (weet ik veel, zoiets als politiek, geloof, voeding) en ik heb geen hele sterke mening. Noem me saai of ongeïnteresseerd, maar ik kan me vaak vinden in beide kanten van een verhaal. Of ik weet er simpelweg te weinig vanaf. Hoe kan ik er dan een mening over hebben?

Een aantal jaar geleden was dat wel anders. Ik dacht te weten hoe alles in elkaar zat en had daar vaak een sterke mening over. Ik was jong en naïef en kon dan best scherp uit de hoek komen. Een eigenschap waar ik niet trots op was, want achteraf had ik vaak spijt van mijn uitspraken. Gelukkig komt wijsheid met de jaren. Door wat meer levenservaring, reizen, veel mensen ontmoeten, op verschillende plekken werken en omgaan met tegenslagen ben ik veel minder zwart-wit gaan denken.

Een opluchting, maar niet altijd de makkelijke weg.

Twijfel is oncomfortabel

Toen ik in 2011 begon met het paleo dieet geloofde ik heilig in de richtlijnen van het eetpatroon. Vlees is goed, brood is slecht. Punt uit. Als anderen daar aan twijfelden, kon ik daar weinig mee en vond ik dat ze het niet snapten. Brood bevat gluten, gluten beschadigen de darmen, dat weet je toch.

In de loop van de tijd ben ik daar toch in veranderd. Ik merkte dat mijn opvattingen niet altijd strookten met wetenschappelijk bewijs. Bovendien is de impact van dierlijke producten op het klimaat enorm en dat eet je bij het paleo dieet erg veel. Dat was best ongemakkelijk, het werd een soort innerlijke tweestrijd. Ik had last van cognitieve dissonantie. Het is veel comfortabeler als je ergens zeker van bent. Dan hoef je niet te twijfelen en kun je zonder aarzeling doen waar je in gelooft. Uiteindelijk heb ik toch durven toegeven dat ik niet gelijk had. Het ligt genuanceerder, er is niet één ideaal dieet voor iedereen.

Het is overigens een veelvoorkomend verschijnsel dat mensen vooral hun eigen overtuigingen willen bevestigingen. Dit wordt ook wel confirmation bias genoemd. Het is ongemakkelijk om toe te geven dat je fout zit en om open te staan voor andere opvattingen. Bovendien overschatten wij heel vaak onze kennis of kunde ergens over. Uit onderzoek van psycholoog David Dunning en promovendus Justin Kruger bleek dat mensen hun competenties en vaardigheden vaak overschatten, vooral als ze ergens weinig vanaf weten. Dit kreeg de toepasselijk naam: het Dunning-krugereffect.

Hoe meer mensen ergens vanaf weten, hoe meer ze realiseren dat ze lang niet alles ergens over weten. Bij mij was dat op het gebied van voeding, maar ook allerlei andere dingen. Door meer levenservaring en andere kanten van de werkelijkheid te zien, realiseerde dat ik echt niet alles wist.

Er is geen één waarheid

Ik denk dat het geen kwaad kan om wat vaker aan je eigen opvattingen te twijfelen. Deze twijfel moet je niet verlammen, maar minder tunnelvisie geven. Er zijn altijd meerdere kanten van een verhaal. Durf de psychologische effecten te leren kennen bij jezelf. Dat maakt je waarschijnlijk een stuk meer bescheiden over je eigen meningen.

Een toepasselijke Bijbelse uitspraak vind ik (al ben ik totaal niet gelovig): ‘Onderzoek alles en bewaar het goede.’ Geen mening hebben is niet hetzelfde als kritiekloos zijn. Het betekent juist dat je altijd kritisch naar alles blijft kijken. Wil je hier meer over leren, lees dan vooral de boeken The Skeptic’s Guide to the Universe van Steven Novella en Ons feilbare denken van Daniel Kahneman. Deze boeken gaan dieper in op allerlei psychologische effecten, hoe moeilijk we statistiek vinden en hoe makkelijk we dingen voor waar aannemen.

Mij helpt het in ieder geval om mezelf te blijven ontwikkelen. Ik heb natuurlijk nog wel allerlei overtuigingen, maar ik probeer open te staan voor andere meningen. Het maakte me vrijer, meer geïnteresseerd in anderen, meer bescheiden en ben niet meer zo fel.

Heb ik tóch ergens een mening over. Ha!