“Cabin crew, prepare for landing.” De kaarsrechte wegen, keurige dorpen en groene weilanden lijken oneindig. Verveeld kijk ik om me heen, maar naast me fotografeert Hub met zijn iPhone fanatiek het typisch Hollandse landschap uit het vliegtuigraampje.

Vijf jaar eerder ontmoette ik de Filipijnse Hub in een tuktuk richting de tempels van Sukhothai in het noorden van Thailand. Een week daarvoor nam ik afscheid van mijn vriend Peter na een maand samen door Zuidoost-Azië te hebben gereisd. Hij moest weer aan het werk. Ik was net afgestudeerd en had besloten om zelf nog vijf weken langer door te reizen.

Al snel raakte Hub en ik aan de praat. Hij bleek fotograaf te zijn en ik had net mijn master Kunstgeschiedenis op zak, waardoor we gelijk een klik hadden. Zonder lang overleg besloten we samen verder te reizen, totdat in Bangkok onze wegen weer scheidden. Voor vijf jaar.

Reizen als verrijking

Volgens Friedrich Nietzsche bestaan er twee soorten reizigers. De eerste verzamelt noemenswaardige feitjes en is gefascineerd door het abnormale. De ander gebruikt reizen voor zijn persoonlijke ontwikkeling, het krijgen van een beter perspectief op de wereld en het ontdekken wat zijn of haar eigen plaats daarbinnen is.

Al denk ik dat het ook allebei, zelfs tegelijk, kan.

Tijdens die backpackreis door Zuidoost-Azië in 2012 was ik onder de indruk van alle onbekende dingen. Ik voelde me een buitenstaander als blonde Europese vrouw. De enthousiaste kinderen die selfies met mij wilde maken benadrukte dat nog eens. Daarnaast zette het reizen me aan het denken en veranderde het mijn wereldbeeld. Zo maakten vooral het War Remnants Museum in Ho Chi Minh en de killing fields in Cambodja veel indruk. Maar ook de totaal andere steden, culturen en het eten zorgden ervoor dat mijn idee van wat normaal is werd bijgesteld.

In je eentje reizen geeft nog een extra dimensie. Alles zelf plannen, optrekken met onbekenden en voor jezelf moeten zorgen is ontzettend leerzaam. Het is leuk, maar soms best zwaar. Zoals toen ik in mijn eentje de nachttrein nam en behoorlijk ziek werd. Dan ben je er wel even klaar mee en wil je het liefst in je eigen bed liggen.

Al vergeet je dat snel weer als je een paar dagen later met een bord pad thai op schoot naar de zonsondergang op een prachtig strand zit te kijken.

Reizen als vlucht

Veel mensen gaan op reis om ‘zichzelf te vinden’, zoals Nietzsche dat ook omschrijft. Enerzijds is dat mooi, want het ontdekken van nieuwe culturen en landen is absoluut een verrijking. Maar reizen kan ook een excuus zijn. Als je continu onderweg bent, steeds nieuwe mensen ontmoet en altijd op zoek bent naar bijzondere ervaringen, hoef je nergens echt voor te kiezen. Alles is vrijblijvend, waardoor je nooit een diepgaande connectie met anderen en jezelf aangaat.

Ook worden die ervaringen waarschijnlijk steeds minder intens. Het eerste land dat je bezoekt is heel bijzonder. Het twintigste is al minder speciaal en het vijftigste stelt vrij weinig meer voor. Meer reizen staat dus niet automatisch gelijk aan meer zelfkennis. Door uiteindelijk keuzes te maken ontstaat ruimte voor verdieping en groei. Reizen is zeker niet het enige ingrediënt voor zelfontwikkeling.

Dit inzicht kreeg ik door het boek The Subtle Art of Not Giving a Fuck van Mark Manson. Na jaren reizen, losse liefdesrelaties, diverse zakelijke projecten en allerlei vriendschappen, besloot Manson te kiezen voor de dingen die hij echt belangrijk vond. Een vriendin, een vaste thuisplek, een paar goede vrienden en maar één bedrijf. Dat zorgde bij Mark voor meer succes en geluk in zijn werk- en privéleven.

Reizen als bewuste keuze

Ik wil absoluut nog veel reizen, want ik vind het ontzettend leuk en leerzaam. Als blogger en freelancer kan ik overal ter wereld kan werken, wat het extra toegankelijk maakt. Maar door daarnaast keuzes te maken en te investeren in dingen, ontstaat meer diepgang in mijn leven. Zo vind ik het ook heel fijn om een eigen huis, een vaste relatie en een paar goede vrienden te hebben.

Of neem bijvoorbeeld het langdurige contact met Hub, waardoor ik veel heb geleerd over zijn cultuur en achtergrond. Dat zou ik met een paar weken reizen door de Filipijnen nooit te weten komen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat ze in de Filipijnen op school bijna niks leren over de Westerse geschiedenis, maar wel alles over Azië en met name China. Of dat er in Manila ook hipsters wonen en dat daar steeds meer lokale bierbrouwerijen komen. Dat lijken misschien grappige feitjes, maar ze geven mij daadwerkelijk meer perspectief op de wereld.

Met nieuwe ogen

Na vijf jaar contact via Facebook, Skype en af en toe een brief kwam Hub in 2017 voor het eerst naar Europa. Zoals ik in 2012, reisde hij nu voor vijf weken in zijn eentje door verschillende, voor hem onbekende landen. Ik bezocht samen met hem Madrid en Barcelona, waar ik zelf ook nog nooit was geweest. Daarna logeerde hij een week bij Peter en mij in Amersfoort, om vanuit daar tripjes naar Amsterdam, Delft en Brussel te maken.

Zijn verwondering over Nederland, zoals het eten (haring met uitjes was zijn favoriet; ‘it’s the Dutch version of sashimi!’), de frisse lucht, de op tijd rijdende bussen, de vele mensen met honden, de huizen van baksteen, de schoonheid van het grijze weer, vond ik grappig om te zien. Ik herkende mezelf in hem, toen ik voor het eerst rondliep in Hanoi en bij iedere straathoek iets geks zag.

Reizen is zeker niet zaligmakend, maar de contacten en inzichten die je daardoor krijgt in zekere zin wel. Als je de tijd neemt om je te verdiepen in een land, de mensen en je eigen wereldbeeld, is het zoveel meer dan alleen landen afstrepen van een lijstje. Het is dan geen vlucht, maar een verrijking.

Reizen is voor mij een bewuste keuze, ook met het oog op klimaatverandering. Ik doe het niet heel vaak, daardoor blijft het bijzonder. Het geeft me een frisse blik op de wereld die ik anders niet zo snel zou hebben. Zelfs op Nederland, wat ik nooit zo bijzonder vond. De volgende keer als ik weer boven de weilanden vlieg, zal ik er met bewondering naar kijken. Dat heeft Hub me wel geleerd.