Ik ben aan het veranderen. Oude patronen, gedachten en overtuigingen gaan de laatste tijd volledig op de kop. Of het nou te maken heeft met levenslessen van de afgelopen jaren of simpelweg het feit dat ik ouder word: ik ga anders over dingen denken. Ik denk dat ik langzamerhand ontdek wat voor mij belangrijk is in het leven. Zoals leefstijl, relaties en werk, maar ook: mijn kijk op stilstand.

Altijd meer, beter, sneller?

Toen ik opgroeide, was ik er van overtuigd dat je je tijd goed moest benutten. Want stilstand is achteruitgang, toch? Ik heb vanaf groep vijf totdat ik het huis uit ging pianoles gehad, maakte altijd mijn huiswerk, deed mijn studie netjes binnen de tijd met extra vakken en commissies, sportte altijd regelmatig en ben na mijn studie direct gaan werken. Klinkt best bewonderenswaardig. Ik mag ook trots zijn, absoluut. Totdat ik bijna met een burn-out thuis zat.

Want waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat wil ik ècht in mijn leven? Ik voelde me niet (en nog steeds niet altijd) in harmonie met mezelf.

Ik heb nooit lang stil gestaan bij mijn keuzes. Altijd maar vooruit, door, meer en beter. Dat was het belangrijkste. Net zoals een bedrijf dat altijd moet innoveren om niet ingehaald te worden door de concurrentie.

Alsof ik bang ben dat anderen mij inhalen als ik even stil sta. En dat terwijl ik inmiddels weet dat ik mezelf niet moet vergelijken met anderen. Iedereen volgt een ander pad en dat is prima.

Het nuttige niksdoen

Door op het randje van een burn-out te zitten, besef je je opeens dat hard werken niet zaligmakend is. Ik probeer daarom wat vaker stil te staan. Even niet werken, bloggen, sporten of andere ‘nuttige’ dingen doen. Tim Ferriss noemt het wel een deloading phase. Dit kan een halve dag per week zijn, maar ook een maand een mini-pensioen.

Ik hou het zelf bij een paar momenten per week. Niet makkelijk voor mij, maar ik merk dat het zoveel meer ruimte in m’n hoofd geeft. Creatieve ideeën komen juist naar voren, terwijl ik op drukke momenten vaak alleen maar aan praktische zaken denk.

Hierdoor ben ik mij ook meer bewust van het moment. Ik ben van mezelf een enorme toekomst-denker. Door alleen maar bezig te zijn, werk ik dit in de hand. Stilstaan helpt mij om meer mindful te zijn. Eigenlijk heel nuttig dus, dat niks doen.

Wu wei: het niet doen

Niets doen is niet nieuw. In het taoïsme, een Chinese filosofische en religieuze stroming, is dit een belangrijk onderdeel. Hier wordt het wel ‘Wu wei’ genoemd, wat gaat om ‘niet doen’. Dit is niet hetzelfde als ‘niks’ doen, maar om niet geforceerd tegen de dingen in te gaan. De focus ligt op de goede weg en het streven naar een evenwichtige situatie in harmonie met jezelf, anderen en de omgeving. Je kan het goed vergelijken met water: het stroomt overal heen, maar doet zelf niks.

Ik denk dat Wu wei goed omschrijft wat ik bedoel. Dingen forceren heeft een negatief effect en brengt je uit balans. Te weinig rust, veel werken, altijd maar door: dit is tegen de natuur der dingen in. Maar helemaal niks doen werkt ook niet, dat brengt je niet verder.

Wu wei in de praktijk

Het lijkt paradoxaal en ingewikkeld: niet doen en toch doen. Voor mij betekent dit dat ik in het dagelijks leven wat vaker even stilsta en nadenk over wat ik aan het doen ben. Past dit bij mijn doelen, geeft het me energie, ben ik in balans? Ik mediteer (bijna) dagelijks en wandel regelmatig een stuk.

Soms komen dan opeens goede ideeën naar boven of realiseer ik dat iets mij wel of geen energie geeft. Social media bijvoorbeeld niet; schilderen, planten verzorgen en muziek maken wel. Klinkt suf, maar dat maakt me niks uit. Door vaker even stil te staan en niet nuttig te zijn, kom ik dichter bij mijn ware zelf en heb ik veel meer energie voor alle dingen die wel praktisch en nuttig zijn. Stilstand is dus zeker geen achteruitgang, wat mij betreft.

Sta jij ook wel eens stil of ga je het liefst altijd door? Deel je ervaringen in de comments, ik ben heel erg benieuwd.