Toen ik opgroeide, leerde ik dat je je tijd altijd goed moet benutten. Want stilstand is achteruitgang, toch? Van mijn achtste tot achttiende volgde ik pianoles en maakte ik mijn huiswerk altijd braaf. Toen ik ging studeren was dat weinig anders. Ik deed mijn studie binnen de tijd met extra vakken en commissies, roeide fanatiek bij de studentenroeivereniging en ja, natuurlijk ging ik regelmatig naar een feestje. Na mijn studie ging ik, na een reis van twee maanden door Zuidoost-Azië, direct werken. Klinkt best bewonderenswaardig en ik mag heel dankbaar zijn dat dit allemaal kon. Totdat ik bijna met een burn-out thuis zat.

Altijd meer, beter, sneller?

Ik was destijds vierentwintig, werkte veertig uur per week en voelde me nooit tevreden. Ik deed vooral wat ik dacht dat hoorde en wat voor succes zou zorgen. Maar dat maakte me niet gelukkig en al helemaal niet ontspannen. Steeds vaker begon ik me af te vragen waar ik eigenlijk mee bezig was. Wat wilde ik ècht in mijn leven?

Voorheen stond ik nooit lang stil bij mijn keuzes. Altijd maar door, dat was het belangrijkste. Net zoals een bedrijf dat altijd moet innoveren om niet ingehaald te worden door de concurrentie. Als ik maar bezig blijf en mezelf ontwikkel, zit het wel goed. Alsof ik bang was dat anderen mij zouden inhalen als ik even stil zou staan. Alsof ik onderdeel was van een oneindige race, waar je dan niet meer aan meedoet. Maar welke race is dat? En is die race wel zo goed als ik altijd dacht?

Het nuttige niksdoen

Door op het randje van een burn-out te zitten, besefte ik dat hard werken niet zaligmakend is. Ik probeer daarom nu vaker stil te staan. Even niet bezig zijn. Tim Ferriss noemt dat wel een deloading phase. Dit komt uit de krachttraining, waarbij het goed is om periodes rustig aan te doen voor betere prestaties later. Hetzelfde geldt voor het dagelijks leven.

Dit kan een halve dag per week zijn, maar ook een mini-pensioen van een maand. Tijd om te herstellen, zodat je later weer beter kunt presteren. Voor veel mensen kan dit alleen op vakantie, maar als zelfstandige probeer ik dit vaker doen. Ik vind dat niet makkelijk, want de overtuiging over hard werken als deugd is hardnekkig.

Mijn ‘standaardmodus’ is nadenken over de toekomst. Dingen die ik nog moet doen en me zorgen maken over dingen die zouden kunnen gebeuren. Het helpt me enerzijds om veel werk te verzetten en goed voorbereid te zijn op de toekomst. Maar het geeft ook veel stress en ik voel me nooit tevreden.

Stilstaan brengt me tijdelijk uit die modus. Er ontstaat ruimte om te na te gaan of mijn zorgen wel reëel zijn en of ik dingen anders kan doen. Ik voel beter welke behoeftes mijn lichaam heeft, zoals rust nemen of juist een flinke wandeling maken. Het maakt me bovendien creatiever, omdat ik mijn gedachten vrij kan laten gaan.

Eigenlijk heel nuttig dus, dat niks doen.

Wu wei: het niet doen

Niets doen is niet nieuw. In het taoïsme, een Chinese filosofische en religieuze stroming, is dit een belangrijk onderdeel. Hier wordt het wel Wu wei genoemd, wat gaat om ‘niet doen’. Dit is niet hetzelfde als ‘niks’ doen, maar om niet geforceerd tegen de dingen in te gaan. De focus ligt op de goede weg en het streven naar een evenwichtige situatie in harmonie met jezelf, anderen en de omgeving. Je kan het goed vergelijken met water: het stroomt, maar doet zelf niks.

Ik denk dat Wu wei goed omschrijft wat ik bedoel. Dingen forceren heeft een negatief effect en brengt je uit balans. Te weinig rust, veel werken, altijd maar door: dit gaat tegen onze behoeftes in. Maar helemaal niks doen werkt ook niet, dat brengt je niet verder en maakt je ook niet gelukkig.

Wu wei in de praktijk

Het lijkt paradoxaal, niet doen en toch doen. Voor mij betekent dit dat ik in het dagelijks leven wat vaker stilsta en nadenk over wat ik aan het doen ben. Geeft het of kost het energie? Ik doe dat vooral door (bijna) dagelijks te mediteren. Daarnaast doe ik regelmatig rustgevende dingen om mijn hoofd leeg te maken, zoals wandelen, yoga en schrijven in een dagboek.

Soms komen dan opeens goede ideeën naar boven of realiseer ik me dat ik met iets moet stoppen. Ik durf nu eerder nee tegen dingen te zeggen, zodat ik niet teveel forceer. Zo kan ik me blijven richten op de dingen die ik écht wil doen.

Stilstand is dus zeker geen achteruitgang, wat mij betreft. Stilstand brengt juist vooruitgang.

Sta jij ook wel eens stil of ga je liever altijd door? Deel je ervaringen in de comments, ik ben heel erg benieuwd.