Het was 8 januari. We stonden samen onder een boom op een heuvel in Lissabon. De zon brak door. Precies tien jaar samen. Peter ging door zijn knieën en… strikte zijn veters. Sorry, heel flauw. We zijn overigens wel echt tien jaar samen en vierden dat met een tripje naar Lissabon. Maar trouwen? Nee, dat niet.

Als kleuter droomde ik wel van die witte jurk. Samen met mijn buurjongetje, en nog steeds goede vriend, Maik testte ik het al uit. Hij in een colbertje, ik in een trouwjurkje gemaakt door mijn moeder. Daar maken we overigens nog regelmatig grapjes over. Laatst waren we samen een weekend naar Rome om zogenaamd ons 25-jarig huwelijk te vieren.

Hoe kan het dan dat ik nu, als volwassen (?) vrouw met een fijne relatie, juist niet wil trouwen?

Een romantisch tijdperk

Trouwen lijkt hopeloos romantisch, maar was dat in het grootste deel van de geschiedenis niet. Trouwen werd vaak gedaan vanuit rationele overwegingen, zoals familiekwesties en handel. Dat is natuurlijk niet echt een goede vorm, maar de tegenbeweging, trouwen vanuit liefde, ook niet.

Volgens filosoof Alain de Botton leven we in een nieuw romantisch tijdperk. Onze huidige opvatting over liefde is gebaseerd op de idealen vanuit de Romantiek, de tegenreactie op de Verlichting aan het einde van de 18e eeuw. Liefde als een bovennatuurlijke kracht, waarbij het niet gaat om praktische zaken, is het uitgangspunt. We streven in de liefde naar een soort perfectie, een volledige versmelting van twee mensen. Trouwen is daarbij het ultieme einddoel.

Dat romantische idee van liefde en trouwen is echter niet houdbaar. Dat blijkt alleen al uit het groeiende aantal echtscheidingen ieder jaar. Inmiddels strandt eenderde van de huwelijken, dat vind ik bizar veel.

Wil je een relatie laten slagen, dan is het volgens Alain de Botton beter om rationeler te kijken naar de liefde. In zijn boek Weg van liefde (2016) schetst hij een realistischer beeld. Het romantische ideaal is volgens hem benauwend en onhaalbaar. Het hoeft juist niet perfect te zijn. Je mag twijfelen, ruzie hebben of je aan de ander ergeren.

Je kunt elkaar wel leren om betere geliefden te worden en meer sympathie te ontwikkelen voor elkaar. Liefde is op die manier geen onbereikbare emotie, maar een vaardigheid. Dat klinkt misschien saai en onromantisch, maar heeft wel een grotere kans van slagen.

De liefde voorbij

Volgens Jan Geurtz, auteur van het boek Verslaafd aan liefde (2009), is zo’n romantische relatie eigenlijk altijd problematisch. Een relatie is namelijk in de meeste gevallen een manier om je diepste zelfafwijzing te bedekken. Als de ander van jou houdt, hoef je dat zelf niet te doen. De ander geeft je dingen die je jezelf niet kunt bieden, zoals veiligheid, zekerheid of emotionele stabiliteit.

De traditionele relatie is behoeftig, in plaats van onvoorwaardelijk. Trouwen is daar het toppunt van, een bezegeling dat je niet van elkaar weg mag gaan.

De oplossing ligt volgens Jan Geurtz in een spirituele liefdesrelatie. Bij ‘spiritueel’ denk je misschien aan zweverige dingen als edelstenen of mantra’s opzeggen, maar dat bedoelt hij niet. De ware spirituele weg is het ontdekken van je ware ik, zonder bedekking, zelfafwijzing en angst.

Een spirituele liefdesrelatie is dan ook een relatie zonder ‘symbiotische beknelling’, zoals Jan dat noemt. Je hebt de ander niet nodig voor je eigenwaarde, die vind je immers in jezelf.

Daardoor kun je in een relatie onvoorwaardelijke liefde aan de ander geven, zonder er iets voor terug te vragen. Er is geen angst of onzekerheid, maar overvloedigheid.

Dat is ook wat psycholoog Erich Fromm in zijn bekende boek Liefhebben – een kunst, een kunde (1956) schrijft. We moeten volgens hem ons minder richten op de verlangens om door de ander te worden bemind, maar juist op het liefhebben van de ander.

De relatie is geen levensdoel an sich, maar een mooie aanvulling op je eigen leven.

Nu is zo’n spirituele relatie niet makkelijk te bereiken. We hebben allemaal een vorm van zelfafwijzing in ons, die we eerst moeten leren herkennen en accepteren. Als je nu in een relatie zit, kun je ervoor kiezen om samen dat spirituele pad te gaan bewandelen. Maar ook als je geen relatie hebt, kun je het idee loslaten een partner nodig te hebben om tevreden te zijn.

Een ‘normaal’ leven?

Nu Peter en ik tien jaar samen zijn, krijgen we regelmatig de vraag wanneer we gaan trouwen. Als ik dan zeg dat we niet van plan zijn, denken mensen weleens dat het niet goed met onze relatie gaat. Maar is bij elkaar blijven zonder officieel document juist niet heel krachtig?

Bovendien kost de gemiddelde bruiloft zo’n 14.000 euro, is het vaak ontzettend stressvol en lijkt er een soort verplichting te zijn dat het de mooiste dag van je leven moet zijn. Ik word al moe als ik naar al die Pinterestplaatjes kijk. Maar zelfs als je op maandag trouwt zonder al die gekkigheid, is er vaak toch het romantische ideaal dat trouwen alle twijfel en angst wegneemt.

Niet dat onze relatie perfect is. Ik zoek ook regelmatig bevestiging en ben weleens bang dat ik verlaten word. Ruzie, twijfel en onzekerheid spelen in iedere relatie. Maar daar zie ik trouwen niet als oplossing voor. Het is dan vooral symptoombestrijding in plaats van dat het alle problemen oplost.

Een ring, een papiertje, ik zie er weinig meerwaarde in. Ik hoor eigenlijk alle getrouwde stellen zeggen na de bruiloft dat ‘er niks is veranderd’. Waarom wordt trouwen dan nog steeds zo geïdealiseerd?

Natuurlijk snap ik de redenatie achter trouwen ook wel. Het is ergens heel mooi om de liefde vast te leggen. Ja, romantisch zelfs. Er zijn veel geslaagde huwelijken, die ken ik gelukkig ook genoeg. Maar het is wat mij betreft niet de enige manier om een goede relatie te hebben. Dat kan ook prima zonder die witte jurk.